woensdag 27 juli 2011

Dag 2


Gister waren we allemaal zo moe na het opnemen van 
The end of the world, etc.
Jenny's revenge
The doctor
Dinnertime
en
Stella consolidated
dat ik nog niet geblogd had

Maar hier zijn wat foto's van gisteren en  wat foto's van Marlein.


Sarah's bas opstelling


Marlein speelt stoel


Aaf doet een dutje


Annemiek en Erik kijken naar iets buiten beeld






maandag 25 juli 2011

dag 1

Onze eerste dag in de studio zit er op!
We hebben de basis van Wait for news opgenomen met deze prachtige wurlitzer


Ook hebben we de basis van het outro van Wait for news opgenomen
en van Other guys, oh yes

Hier een filmpje van Aafke die de solo daarvan opneemt







Ook hebben we lekker gelunched!



En de basis van Oberwechsel... (niemand weet nog hoe dit nummer in zijn geheel heet) opgenomen


Morgen hopelijk weer zo'n productieve dag!

maandag 8 maart 2010

Hooooooly smoke!

Ken je extreme ironing? Wij doen aan extreme gigging. Gisteren speelden we weer op een ongebruikelijke locatie: een oud klooster. Inclusief galmende gangen, kerkbanken, glas-in-loodramen en afbladderende verf. Het mooist was de backstage: een oud atelier, getooid met oude (valse) piano met kandelaars, grote kasteelramen en antieke houtvloer. En - ook niet vervelend - lekkere soep en broodjes in overvloed. We speelden met onze goede vrienden van Do Not Run, We Are Your Friends, en hadden het gezellig, zeg maar. Niet alleen maar vanwege mijn (Aafke) nieuwe glitteroutfit-from-mars. Na onze gig hebben we nog snel even wat amusante filmpjes opgenomen backstage. Stokoude nummers, waarvan we zelf niet eens meer wisten dat we ze nog kenden.

De eerste clip is van ons fameuze nummer "The Rain Song". Ooit geschreven toen we veertien waren, vonden we destijds erg grappig. Oordeel zelf. Inderdaad: Sarah maakt daar een flauwe woordgrap over het woordje "rec". En inderdaad: ik heb de neiging om na elk aangeslagen akkoord confuus een blik in de camera te werpen.



Tweede clip is van het nummer "Ne Pas Non Plus", wat bij nader inzien helemaal geen correct Frans is. Maakt niet uit, ik schreef het namelijk toen ik vijftien was, en verliefd, zoals dat hoort als je vijftien bent. Dramatisch nummertje hoor, luister vooral goed naar het franse refrein: "J'écrivais que je t'aime dans ton cahier/et je ne sais plus que je dois faire maintenant/et ensi le plupart de mon amour a mort déjà/tout a mort". Inderdaad: ik heb in je schrift geschreven dat ik van je jou/en nu weet ik niet meer wat ik moet doen/aangezien het grootste deel van mijn liefde al verdwenen is/alles is dood". Klinkt alsof het door google translate vijf keer de oceaan over gefaxt is: excuses daarvoor!

zaterdag 6 februari 2010

En ook eens gewoon een positief bericht van het muziekfront, want JA, in een band spelen is toch vooral heel erg leuk

We hebben op deze blog qua optreedmogelijkheden alle horrorscenario's wel zo'n beetje laten passeren. Van zeer ernstig kijkende limburgers tot zelfbenoemde programmeurs die slechts bleken te beschikken over een huiskamer en een karaoke-installatie. Maar hé: in een band spelen doen we niet voor niks, dat doen we toch vooral omdat het zo ontzettend LEUK is. Daarom bij deze een logje over een optreden dat niet buitengewoon spannend of achteraf-hilarisch was, maar gewoon... nou ja, leuk dus.

Afgelopen zondag speelden we in het kader van Nijmegen Rock City een akoestisch optreden in de Plupub, samen met onze vrienden van DNRWAYF. Niet om te slijmen, maar met de mensen van NRC en DNRWAYF heb je al een dozijn gezelligheid te pakken, dus dat we onze pianostandaard weer eens vergeten waren kon de pret niet drukken. Voordat we op gingen hebben we buiten in de kou nog even gerepeteerd, want hela hola: ons nieuwe liedje was nog niet af.

In de plupub was het zondag lekker warm, lekker vol, en iemand was zo vriendelijk geweest om grote hoeveelheden erwtensoep mee te nemen van huis en daar niet al te gierig mee om te springen. Het optreden was zo'n optreden dat zit als een grote, warme trui. Vanaf de eerste noot luisterde iedereen. Ik herhaal: iedereen luisterde. Dus niet dat er tijdens een goedgetimede break opeens een luid "dus ik zeg tegen tante Annie..." van achteruit de pub klonk, neen mensen: men luisterde aandachtig en klapte na afloop. Ook altijd fijn: we eindigden het optreden met meer publiek dan we begonnen. Wordt toch in het algemeen beschouwd als een teken van waardering.

Met enige drang van Sarah lijkt dit me een geschikt moment om te melden dat die discobal al stuk was voordat ze er (herhaaldelijk) met haar bas tegenaan stootte.

Na ons eigen optreden (wat ging ons nieuwe nummer fijn! en ik geloof dat het publiek het waardeerde! hoezee alom) genoten we van het akoestische (maar niet minder auditief geweldadige) optreden van onze homies van DNRWAYF. Het zevenkoppige gezelschap paste maar net op het podium plus vijf gestapelde bierkratjes, wat als gevolg had dat gitarist Mark in de vensterbank regelmatig een benepen (en grappig) gezicht trok wanneer de zorgvuldig in zijn oor geparkeerde trompet iets te luid tetterde. Toen ik bij de aankondiging van het nummer "Monkeyflight" iets te luid riep: 'oh, maar die ken ik!' werd ik pardoes uitgenodigd om mee te zingen. Kon ik natuurlijk niet (want grote bluf), maar wat niet is kan nog komen: DNRWAYF et nous hebben plannen voor een stadiontour (check de data op onze site).

Na het optreden nog fijn bijgebuurt met verschillende lang-niet-geziene mensen, en daarna fris en op tijd weer naar huis. Met een warm gevoel vanbinnen. Met de stem van die irritante SNS-reclames: zoe kan het oek!


Oh ja: hier nog even ons nieuwe liedje. Buiten bij de plupub opgenomen. Live. Gelieve niet te letten op mijn kapsel (links), bij voorbaat dank.

woensdag 4 november 2009

Programmersleed

Uit het Mister Blue Sky postvakje hebben we vandaag een mooi voorbeeld van programmeursleed. (De naam is veranderd om de privacy van de betreffende persoon te waarborgen.)

---------------------------------------------------------------

Hoi Flim,

fijn dat je zo snel reageert, en leuk dat je ons wilt programmeren. De deal klinkt prima, alleen vragen we wel een (bescheiden) onkostenvergoeding
voor benzine ed. Als dat geen probleem is, dan hebben we een deal!

Groetjes,
Aafke

----------------------------------------------------------------

Hoi Aafke,

Helaas is die onkostenvergoeding wel een probleem. Ik hoor wel of er nog interesse is.

mvrg,

Flim

----------------------------------------------------------------

Hoi Flim,

gratis optreden is voor ons geen optie: we kunnen geen verlies lijden op optredens. Dus helaas!

Groetjes,
Aafke

----------------------------------------------------------------

Tja,

Het is maar wat je verlies noemt.

mvrg,

Flim

----------------------------------------------------------------

En hier houd het email contact op.
Maar zelf zou ik graag nog even willen uitleggen aan Flim, en alle andere programmeurs, wat verlies precies is.

Beste Programmeurs,
We vinden het echt heel leuk als we onze liedjes mogen komen spelen.
Het zit alleen zo. Wij zijn allemaal arme studenten.
Dat betekent dat wij graag een onkostenvergoeding krijgen. Puur om onze benzine van te betalen. 3 gratis consumpties zijn hier geen vervanging voor. Onze auto’s rijden niet op cola. Als je echt geen geld kwijt wil aan live muziek moeten je misschien maar investeren in een soort van video installatie zodat bands vanuit hun huis kunnen spelen, want hoe leuk we het ook vinden om onze liedjes ten gehore te brengen gaan wij niet betalen om bij jullie te mogen komen spelen. Benzine kost geld, en dat hebben we niet. Zo simpel is het.

En daar wil ik speciaal voor Flim nog even aan toevoegen DAN NIET HOOR.

zondag 27 september 2009

Mijn onvoorwaardelijke liefde voor de provincie Limburg - jeweet:die poliep die aan ons land hangt en eigenlijk operatief verwijderd zou moeten worden

Het fijne (of ja: fijn…) van kutoptredens is dat het zo fijn blogs schrijven is naderhand. Maar verder is het toch vooral kut, die kutoptredens – excuse me for my German accent. Op mijn vijftiende was ik nogal fan van Muse, die ergens op hun debuutalbum de onsterfelijke regel zongen: “We have played in every toilet.” Nou, wij ook.

Afgelopen vrijdag togen we in het kader van de Popronde naar Maastricht. Dat is drie uur rijden, maar hé: ik heb net een nieuwe auto, dus dat rijden vind ik niet eens zo erg. De kroeg waarin we zouden spelen was er één van Iers allooi – er werd volluit Strongbow en Guinness getapt. Kan niet stuk, die sfeer, zou je denken. Achterin was een podium waar we onze zooi opbouwden. Een technicus (of iemand die überhaupt wist welke stekker waarin moest) was niet aanwezig, en dus was het geluid maar zo-zo. Geeft niet, staat een weergaloos optreden niet in de weg. Snel trokken we onze discoleggings aan in de wc, en hingen onze gitaren om. Klaar voor de start. Keihard beginnen we aan ons eerste nummer. Als het afgelopen is kijken de stamgasten aan de bar ons aan en…

…doodse stilte.

We werden niet eens “gewoon” genegeerd, nee: we werden genegeerd zoals je een zwerver negeert die met zijn alcoholistenaura ongevraagd bij je komt bedelen terwijl je met je date op een terrasje zit. Na het tweede nummer: idem dito. Dit keer begint de kroegbaas (onvervalste Ier met nog onvervalster Maastrichtse tongval) uit medelijden in zijn eentje te klappen, maar stopt daar abrupt mee wanneer hij door de hele kroeg met een blik vol minachting wordt aangestaard. Ik probeer vanaf het podium nog een grap te maken om de bierdrinkers onze kant op te lokken, maar als dezelfde minachting die de kroegbaas trof mijn kant op walst weet ik: dit gaat ‘m niet worden.

En dan duurt een uur opeens lang. Nummer na nummer persen we eruit, en na elk nummer dezelfde genante stilte. Ik moet er bijna om lachen, ware het niet dat het ontzettend treurig is. De laatste tien minuten komen er opeens een paar pubers onze kant op geschuifeld, zich duidelijk bewust van de blikken van de overige gasten. Ze beginnen zowaar te klappen, met z’n drieën. Helaas: het is alweer tijd voor ons laatste nummer.

Wanneer we onze set afbreken is de kroeg opeens stampvol. Als ik probeer met wat trommels de buitendeur te bereiken, krijg ik spontaan een elleboog in mijn gezicht. Het meisje dat bij de elleboog hoort draait zich om en schreeuwt in plat Mestreechs: “Waarom kunnen muzikanten niet gewoon even vragen of ze er langs mogen? Stelletje asocialen!” Dat is de spreekwoordelijke druppel. Zodra ik buiten op de stoep tussen de rokers sta, hef ik mijn handen ten hemel en roep ongegeneerd: “Ik HAAT Limburgers!” En ik meende het ook nog.

(NB: slimme mensen zeggen dan: maar Aaf, jouw halve familie is toch woonachtig in Limburg? Zeg ik: ja, maar Hitler was zelf toch ook een jood?)

donderdag 17 september 2009

We love you critics, we do! We love you critics, we do! We love you critics, we do, oh, critics we love you!

Recensies en recensenten – eigenlijk moet je er natuurlijk geen woord aan vuil maken. Maar na zes jaar spelen in een band begin ik er de lol van in te zien, van dat gerecenseerd worden. En nee: dit wordt geen stuk over het feit dat alle recensenten gefrustreerde, zure no-no’s zijn. Dat is al vaak genoeg gezegd. Nee: hier een log over zes jaar zin en onzin in de kritieken.

Het meest lachwekkende aan recensies is de schiere willekeur waarmee geoordeeld wordt. Neem nou – om even persoonlijk te beginnen – mijn zang. Mijn vriendlief zegt altijd liefkozend dat ik zijn “kettingzaagje” ben (en niet zonder reden). Nou klink ik inderdaad niet altijd even gepolijst, maar ik zing zuiver – dat mag ik toch wel zeggen. Hoe denken de heren recensenten over mijn zangkunst? “Aafke Romeijn heeft een goeie rauwe strot die hoort bij vrouwen in het rockgenre”, schrijft de één. “Ik hoop dat Aafke flink blijft roken, het geeft zo’n mooie kraak in haar vinnige stemgeluid…”, ook fijn. Maar op dezelfde site staat een maand later: “De zang is niet altijd even zuiver, die mag nog wel wat bijgeschaafd worden. Het jazzy nummer, gezongen door de bassiste, klinkt erg goed. Ze heeft op dit moment een betere stem dan de toetseniste.” Alle props voor Saar, natuurlijk, maar eh... continuïteit, dames en heren.

Onze diversiteit, nog zo’n twistpunt. “Echt stijlvast zijn ze nog niet, maar bijzonder leuk is het wel,” schrijft de ene recensent. Maar nog geen week later lezen we dat “onze set van gimmicks aan elkaar hangt”. En in de volgende recensie (op dezelfde site): “Alleen dat flauwe Everybody On The Internet Is ... mag van mij de volgende keer op de setlist ontbreken.” Gelukkig hadden we de desbetreffende cynicus achterin de zaal zien staan, met z’n notitieblok en z’n borrelnootjes. Wisten we ook dat we het ons niet persoonlijk aan hoefden te trekken. En dan nog: alles is beter dan een recensie die niet uitgesproken nega- of positief is. Als rock-‘n-roll-artiest ga je pas echt dood als een recensent het volgende schrijft: “Al met al een zeer aardige set met leuke variaties en lekker in het gehoor liggende liedjes.” Aber nein... nein!

Maar het aller- allerergst zijn recensenten die geen idee hebben wie of wat je bent. Afgelopen vrijdag stonden we op de popronde in Nijmegen, waarna een criticus onze muziek omschreef als “blij gesjalala en woedend geschreeuw door wel erg jonge meisjes.” Nou vind ik 22 persoonlijk stok- en stokoud, maar daar kunnen de meningen nog over verschillen. Wat mij betreft houdt de ruimte tot meningsverschil op wanneer je ons betiteld als “onervaren”. “Na de enorme stoot ervaring, die de Popronde is, ben ik benieuwd hoe ze dan op het podium staan”, besluit dezelfde recensent zijn stuk. Nou weet ik niet hoe het zit met de andere popronde-bands, maar ik durf er mijn strot om te verwedden dat er weinig bands bij zijn die al sinds groep zeven bij elkaar zijn. Goed of slecht, daar valt over te twisten, maar onervaren... Godzijdank zijn recensies in mijn geval nog slechts aanleiding tot meewarig lachen, anders had ik me er misschien nog over opgewonden ook!

(http://www.misterbluesky.nl/Press)